<p>Jan Huttinga is morgen (donderdag 1 oktober) exact 35 jaar als jachtopzichter in dienst bij Kroondomein Het Loo. Een prachtige reden om de Gortelaar uitgebreid te interviewen over z&#39;n werk. &nbsp; &nbsp; &nbsp;</p>

Jan Huttinga is morgen (donderdag 1 oktober) exact 35 jaar als jachtopzichter in dienst bij Kroondomein Het Loo. Een prachtige reden om de Gortelaar uitgebreid te interviewen over z'n werk.      

(Foto: Dennis Dekker)

Het groene virus van de Gortelaar

Gortel / Epe - Het is half zeven in de ochtend. Ik rij door dikke mistflarden richting het pittoreske Eper buurtschap Gortel. Daar wacht jachtopzichter Jan Huttinga (63) mij op. Met hem mag ik een ochtend mee op pad. Op pad in ‘zijn domein’: het Kroondomein Het Loo. Wat we tegenkomen is nog ongewis. Welke geluiden we gaan horen, is evenmin duidelijk. Burlende edelherten? Het is zeker de tijd van het jaar, dus dat zou maar zo kunnen. Loslopende zwijnen of vossen? Of een wolf? Ze zijn er weldegelijk maar dit wild komt natuurlijk niet op bestelling langslopen. “Dat is ook het mooie van mijn werk, elke dag is anders. Ik ben nog iedere minuut dankbaar dat ik dit mag doen”, begint de geïnterviewde te vertellen.

(door Dennis Dekker)

Jan Huttinga is morgen (donderdag 1 oktober) exact 35 jaar als jachtopzichter in dienst bij Kroondomein Het Loo. Een prachtige reden om de Gortelaar uitgebreid te interviewen over z’n werk. En waar kun je dat het beste doen dan ‘in het veld’?

De grote 4x4 staat klaar met draaiende motor. Om netjes 1,5 meter afstand te bewaren, stap ik achterin. Huttinga: “Je hoeft niet bang te zijn; ik heb geen corona, ik heb enkel een groen virus”, meldt hij lachend, terwijl hij zijn Mitsubishi het donkere bos in stuurt. Al na een paar honderd meter blijkt hoe hardnekkig dat virus is. Hij zet z’n auto stil. Midden op een zandweg. “Kijk daar, een hele horde mensen. Die luisteren naar burlende herten. Eigenlijk mogen ze hier nog niet zijn, de zon is nog net niet op. Maar in dit geval zal ik ze niet bekeuren. Ik wil jou nog veel laten zien. Zij hebben dus mazzel.” Als jachtopzichter ben je toezichthouder, dus bekeuren hoort er bij, vindt Huttinga. 

“Afgelopen weekend was het ‘s nachts erg druk in het bos. Daar wordt het wild onrustig van. Ik ontkom er dan niet aan om her en der een bon uit te schrijven.” De meest belangrijke taak van de jachtopzichter is het op pijl houden van de wildstand, vertelt hij verder. “We inventariseren netjes, we kijken waar er eventueel een overschot is. Daar gebruiken we de winterperiode ook voor. Ja, ik ben jager, maar ik doe dat wel op een nette, verantwoorde manier. Zo houden we dit gebied van ruim 10.000 hectare netjes op orde.” Netjes is het codewoord. Huttinga is zeer allergisch voor het werkwoord ‘afknallen’. Hij ziet zijn werk als noodzakelijk. “Als je ziet dat een hert ziek is, dan wil je hem uit z’n lijden verlossen.”

We rijden dieper het bos in en stoppen op een splitsing. “Sluit je portier voorzichtig”, waarschuwt de geïnterviewde. “We zitten dicht bij een roedel herten.” Als we naast de auto staan, blijkt al snel hoe dichtbij. Een mannelijk edelhert maakt hoorbaar indruk op een stel hinden. Het diepe oergeluid weerkaatst tussen de bomen. “Hoor dán! Wat een magistraal geluid”, fluistert Huttinga enthousiast. “Deze periode is zo spectaculair. De herfst is voor mij het mooiste jaargetijde. Naast de kleurenpracht van de bossen, is het wild in deze tijd ook erg actief.”

Al van jongs af aan heeft Jan Huttinga meer dan normale fascinatie voor de natuur. “Als 10-jarig jongetje, knipte ik de natuurfoto’s uit de Margriet van mijn moeder en plakte die in een schriftje.” Na een technische opleiding werd Huttinga eerst plaatbewerker. Toch begon de voorliefde voor de natuur weer te bloeien. Hij volgde een opleiding om jachtopzichter te worden. Dat resulteerde in een baan bij de Rijksdienst in Lelystad. “Daar werkte ik met veel plezier. Maar ik dacht wel: als de kans er is dat ik terug naar de Veluwe kan, dan grijp ik die.” 

Toen was er ineens die vacature om jachtopziener te worden bij Kroondomein Het Loo. Huttinga schreef als één van 150 geïnteresseerden. “Er werden er tien uitgenodigd. Daarvan kregen er vier een psychologische test en uiteindelijk was ik de enige die een gezondheidskeuring mocht doen. Toen ik hoorde dat ik de functie kreeg, was ik zó enorm blij.” Die blijheid ervaart hij 35 jaar later nog iedere dag. “Het is zo divers. Ik mag meedenken over de aanleg van paden, ik zorg er voor dat er vennetjes in de bossen uitgegraven worden, ik inventariseer diersoorten en vegetatie. Mijn werk is een hobby. Daar is niets aan gelogen. Ik weet dat ik over een paar jaren moet stoppen, maar wat mij betreft rekken ze die leeftijdsgrens op tot over de 70.”

Over hobby’s gesproken: die uitgeknipte natuurfoto’s hebben bij Huttinga ooit een andere passie aangewakkerd: natuurfotografie. Tijdens zijn talloze uren in het bos, maakt hij de mooiste foto’s waarmee inmiddels internationale faam vergaard is. “Ik fotografeer nog altijd bijna dagelijks.” Natuurlijk: Huttinga heeft voordelen ten opzichte van anderen. Hij kent Kroondomein Het Loo als geen ander, hij weet waar het wild zich bevindt, hij kan soms uren wachten op het juiste licht of op de beste pose. “Mijn werk kent veel vrijheden. Dit is er één van. Ik ontmoet het wild, kan wachten op het juiste moment om de beste foto te maken.” Om die reden geeft Jan Huttinga jaarlijks talloze fotolezingen. “Ik ben trots op dit gebied. Ik laat graag zien hoe mooi De Veluwe is.”

Zo ook vandaag. Huttinga toont ondergetekende met kinderlijk gemak twee hinden bij een bosrand. Hij neemt me mee naar een plek waar zich vossen bevinden. En vlak voordat we weer bij zijn woning zijn aangekomen, wordt de 4x4 alweer aan de kant gezet. “In dat zandpad zie je sporen van hertenhoeven. Maar er bevinden zich ook pootafdrukken van een vos. En heel toevallig loopt daar nóg een spoor. Dat is onmiskenbaar van de wolf. Die is pas sinds een paar jaar op de Noord-Veluwe. Maar ze komen hier veel. Logisch, want wolven rennen ‘s nachts met gemak 30 kilometer achtereen.” Zo heeft de wolf hier wel eens een stel moeflons uitgeroeid, vertelt hij. “Erg jammer, maar ook dát is de natuur.” Jan Huttinga raakt inderdaad niet uitgepraat. Hij lijdt ontegenzeglijk aan een groen virus...

Meer berichten