Kamperen in Nederland: een geschiedenis [aangeboden door 27vakantiedagen.nl]


Foto:
aangeboden door 27vakantiedagen.nl

Kamperen in Nederland: een geschiedenis

Nederlanders zijn een echt kampeervolkje. In geen enkel land hebben zoveel mensen een eigen caravan, camper of tent. Massaal trekken we meerdere malen per jaar naar mooie campings aan zee in Nederland, slaan we een tentje op in kleinschalige natuurcampings of bevolken we leuke kindercampings op de Veluwe. Maar hoe is die kampeerobsessie begonnen?

De ANWB Kampioen omschreef kamperen 100 jaar geleden als ‘“Een onfris zwerversbestaan voor heel bijzondere mensen”. En bijzondere mensen waren het, die eerste kampeerders. Echte avonturiers, vrije geesten, die hun simpele tentjes opzetten op stranden, in bossen en bij boeren. Kamperen in recreatieve zin werd voor het eerst gedaan vanaf ca. 1910,  vooral met overgebleven legermateriaal uit de Eerste Wereldoorlog. Het waren vooral ‘vrijere’ stedelingen die weg wilden uit de drukke binnensteden en de natuur opzochten. 

De eerste campings in Nederland

In de jaren ’20 kwamen in Nederland de eerste ‘campings’, dat waren vooral simpele kampeervelden zonder faciliteiten. Op dat moment waren er in Nederland zo’n 20.000 kampeerders: dat zijn er inmiddels bijna 3,5 miljoen! Het was tijdens de Wereld Wereldoorlog, in 1941, dat de eerste ANWB Kampeer Kampioen gids uitkwam. “Dat was geen verzetsdaad, het was gewoon al jaren voorbereid en ze wilden het plan graag doorzetten.”, aldus ANWB historicus Hans Buiter. Zoals gezegd waren de eerste campings vooral eenvoudige kampeervelden waar mensen hun tentje op konden slaan. Na de oorlog kwamen er steeds meer: de Nederlanders hield van deze simpele (én natuurlijk goedkope) manier van vakantie vieren.

Caravans

De eerste echte caravan in Nederland stamt uit 1927 en was van het merk HANO, al zou je kunnen zeggen dat de huifkarren uit de 20e eeuw een soort voorloper waren. Het duurde nog lange tijd  voordat deze grote bewoonde aanhangers, die natuurlijk alleen door grote auto’s waren te trekke, ook voor de ‘gewone man’ met kleine beurs beschikbaar werden. Naarmate auto’s met sterke motors gangbaarder werden, ontstonden ook steeds meer caravans. Pas in de jaren ’50 en ’60 werd de caravan toegankelijk voor grotere groepen. In 1954 schreef Het Parool op dat er in het jaar daarvoor 9000 Nederlandse gezinnen in een caravan vakantie gevierd hadden. De krant schreef over het veranderde vakantiepatroon van de Nederlander: vroeger bleven vakantiegangers het liefst op een vaste plek (pension of hotel), maar nu kwamen er steeds meer ‘moderne zigeneurs’ die van kampeerplek naar kampeerplek trokken. Op een beurs in de RAI in 1957 stonden 25 typen van tien merken caravans te ‘shinen’. 

Inmiddels, dik 60 jaar later, hebben naar schatting een 500.000 Nederlanders een eigen caravan!

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden