Hoofdstraat 118


Foto:
Columns

Hoofdstraat 118

Ik sta er voor en ik kijk er naar. Het pand staat te koop voor een miljoen. Dat lijkt me veel geld voor een ietwat vervallen gebouw. Voor mij zijn het vooral de herinneringen aan dit pand die zorgen voor een onbetaalbare waarde.

De herinneringen aan het appartement op de eerste verdieping (Hoofdstraat 118-I) bijvoorbeeld. Daar waar ik zo’n acht jaar lang woonde. Hoe zou het er tegenwoordig uitzien?

Maar het zijn ook de herinneringen aan de winkelruimte (Hoofdstraat 118) beneden. Daar zat ooit een supermarktvestiging: de Groenwoudt. Ik was er jarenlang parttimer. We werkten hard en genoten veel. Bijvoorbeeld toen ik in de pauzes schaakte met de chef van de groenteafdeling. Of toen ik in het magazijn gedichtjes schreef met die andere taalkundig onderlegde collega. Of die vele keren dat we gein maakten met die ‘Vrolijke Frans’ uit Twello.

Het was de plek waar die man met het serieuze drankprobleem bijna dagelijks lege Grolschbeugels kwam inleveren. De man die je van verre hoorde aankomen omdat de halve liters rammelden in zijn karretje. Vrolijk kraste zijn stem door de winkel: ‘Empty bottles, empty bottles!’ Het was de plek waar een andere klant altijd boodschappen deed met zijn brommerhelm op. We noemden hem ‘Nolan’. Naar de merknaam van zijn integraalhelm. Het was de plek waar we als vulploeg ‘s avonds, tijdens het bikkelen, luisterden naar radioverslagen van Champions League-voetbalwedstrijden. Onvergetelijk waren ook de feestjes met deze collega’s. Zoals het 25-jarig huwelijksfeest van bedrijfsleider B. en zijn vrouw. Ons ludieke cadeau? Tientallen kratten met lege statiegeldflessen.

Naast de jolijt was het ook de plek waar we samen rouwden. Bijvoorbeeld toen die ene kassière volkomen onverwachts overleed aan een hartstilstand op het voetbalveld. Of toen mijn eigen moeder haar laatste adem uitblies. Maar bovenal was het een gezellige plek. Helemaal wanneer die ene moeder van mijn mannelijke vulploeg-collega een hartelijk praatje met ons allemaal maakte. Ze is jaren geleden al overleden, maar haar ongebreidelde spontaniteit vergeet ik nooit. Dat gold ook voor de moeder van die parttime-kassière met die kenmerkende sprankelende lach. Logisch: zo moeder, zo dochter. Haar winkelbezoekjes zorgden dus ook letterlijk voor extra leven in de brouwerij. Ik spreek haar nog wel eens. Eén van die keren moest ze vertellen dat haar dochter op 44-jarige leeftijd was overleden. Je zag haar intense verdriet, maar ze hield zich goed: ‘Overleden zijn is nooit écht weg. Want de herinneringen blijven’.

Toen bedrijfsleider R. hoorde dat ik mijn baantje ging verruilen voor weekenddiensten bij de plaatselijke dagkrant, sprak hij sympathiek: ‘Moet je doen. Dat past bij je, dus daar word je erg gelukkig van’. Bij mijn afscheid kreeg ik een cd met in de inlay een handgeschreven boodschap: ‘We gaan je missen!’. Ik mis hen ook. Nog altijd. Helemaal nu ik voor dit pand sta en de kostbare herinneringen als haarscherpe filmbeelden langsflitsen.

Thuis google ik het adres. ‘Pand verkocht: 795.000 euro’. Tja, nog altijd veel geld. Ik realiseer me dat ik bedrijfsleider R., die helaas ook niet meer onder ons is, graag nog eens verteld had dat ‘gelukkig zijn’ gelukt is. Maar dan had ik er wel aan toegevoegd dat mijn geluk eveneens gevormd wordt door herinneringen. Bijvoorbeeld aan deze onbetaalbare plek.

Dennis Dekker

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden