Stichting IJsselhoeve zoekt vindplaatsen voorjaarsbloeier geelster


Foto: Harry Keizer

Stichting IJsselhoeve zoekt vindplaatsen voorjaarsbloeier geelster

Hattem / Heerde / Epe - Stichting IJsselhoeven roept mensen op om vindplaatsen van de geelster te melden. 

Alles wat groeit en bloeit in de IJsselvallei heeft de belangstelling van Stichting IJsselhoeven. Dit voorjaar zijn de vrijwilligers gestart met een inventarisatie van zogenoemde stinzeplanten in tuinen, op akkers en boerenerven. De geelster is hier een voorbeeld van. Dat is een mysterieus bolgewas, zonder opvallende bloeiers, maar met grasachtige bladeren en gele stervormige bloemen. Geelsterren worden hierdoor gemakkelijk over het hoofd gezien, omdat de grasachtige bladeren verward worden met straatjesgras. Enige plantenkennis is wel vereist om de drie soorten geelsterren te herkennen: De meest algemene is de weidegeelster, gevolgd door de akkergeelster en dan de zeldzame bosgeelster.

Bosgeelsterren groeien voornamelijk in natuurreservaten (beekdalen) en zijn niet bedreigd. Dat geldt wel voor de weide- en de akkergeelster, omdat deze soorten voornamelijk groeien in tuinen en onder heggen en op taluds in het boerenland. 

Weide- en akkergeelster zijn te vinden op oude groeiplaatsen onder oud zwaar geboomte met weinig grasgroei in het vroege voorjaar. Wanneer dan oude bomen door ouderdom afsterven en het zonlicht de bodem bereikt, verdwijnen deze zeldzame bolgewassen vaak. Eind jaren 70 heeft Adrie Hottinga uit Vorchten alle kerkhoven, pastorietuinen en oude boerenhoeven tussen Zalk en Deventer bezocht en geelsterren geïnventariseerd. Ook heeft hij het boerenland langs de IJsseldijken afgestruind, op zoek naar geelsterren.

Geconstateerd moet worden dat nu, veertig jaar later, veel groeiplaatsen verdwenen zijn door gewijzigd landgebruik. Dit geldt ook voor de akkergeelster die voornamelijk gevonden werd onder oud geboomte bij kerken en boerenhoeven. Op veel plekken zijn inmiddels oude bruine beuken – soms wel tweehonderd jaar oud - dood gegaan. Daardoor zijn deze groeiplaatsen verloren gegaan. De plek onder bruine beuken is kenmerkend voor de akkergeelster. Het IJsseldal is één van de belangrijkste groeiplaatsen van ons land voor deze bolgewassen.

De akkergeelster behoort tot de zogenaamde Stinzeplanten. Dat is een verzamelnaam voor een groep bijzondere voorjaarsbloeiende planten. Bekende voorbeelden zijn het sneeuwklokje en de boerenkrokus. Stinzeplanten zijn bol-, knol- en wortelgewassen die vanaf circa de 16e eeuw van buiten Nederland zijn ingevoerd en daarna zijn verwilderd. Ze werden aangeplant op bijvoorbeeld boerenerven, bij buitenplaatsen en kastelen en in kloostertuinen.

Ook veel erven van IJsselhoeven zijn verfraaid met stinzeplanten. De aanplant kreeg aan het eind van de 18e eeuw een grote impuls door de opkomst van de Engelse tuin. Stinzeplanten zijn niet alleen mooi, maar hebben door hun oorsprong en verwildering cultuurhistorische en ecologische waarde. 

Stichting IJsselhoeven is heel erg benieuwd hoeveel groeiplaatsen er van de weide- en akkergeelster gemeld zullen worden. Wie deze kleine gele bloemetjes ziet bloeien, kan een foto maken en deze met vermelding van de plek mailen naar stinzeplanten@ijsselhoeven.nl

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden