Rivier, heuvels, ooievaars


Foto: Ria Brasser
Tussen heuvels en rivier

Rivier, heuvels, ooievaars

Afgelopen zaterdag was schoonmaakdag in het hele land. Hier, waar we zo rijk bedeeld zijn met buitengebied, is dat in zekere zin nog belangrijker dan in een stedelijke omgeving. Het is voor iedereen goed als het om hem heen schoon is, maar naar de natuur hebben wij een extra verantwoordelijkheid, die heeft niet om ons vuil gevraagd en kan er ook niet tegen. Ieder klein stukje plastic kan de dood van een vogel of ander dier betekenen.

Het blijft natuurlijk droevig dat het nodig is, het land van troep te bevrijden, maar daar staat tegenover, dat het fijn is, gezamenlijk voor je geliefde omgeving te zorgen en je wat verder weg wonende buren weer eens te spreken. Met een grote groep mensen zijn wij zwerfvuil gaan rapen in Wissel, zuidwestelijk van Epe. Als altijd was het Wissels Veen onweerstaanbaar en verrassend.

Het was stralend weer. Het voorjaar barst open en juist als je buiten bent lijkt het iedere paar dagen of er een week voorbij is gegaan.

In zo’n prachtige omgeving als het veen is het lastig, alleen maar naar de grond te kijken. Ook betrap je je erop dat je veel wilt veel vinden, veel vuil, terwijl je natuurlijk eigenlijk helemaal niks anders zou willen aantreffen dan bijvoorbeeld het bloeiend klein hoefblad. Of strengen paddeneieren. Of de voetstapjes van een ree, van een hert, ze moesten hier heel rustig rondgestapt hebben, kort voordat wij er waren.

Even verderop, achter het hek dat de doorgangszone naar de Tongerense Heide afsluit, hebben zwijnen de boel omgewroet. Van daar kon onze blik niet anders dan de verte afspeuren. Er scharrelden paartjes grauwe ganzen, buizerds vlogen over, eenden vlogen op. En dan opeens in de lucht iets dat je niet kunt plaatsen, het is te groot en te wit en zwart en zijn schreeuw is vreemd. Ooievaars. Ooievaars boven het naar de heide oplopende land. Dat klopt niet. Ooievaars hoorden altijd oostelijk van de dorpen langs de rand van de Veluwe.

Ik herinner me een avond in het voorjaar tweede helft jaren 90. Twee ooievaars op de hooiberg, Wissel, Epe. Het was een zwoele avond. We voelden ons vereerd en durfden ons niet verroeren, maar de volgende ochtend zaten ze er nog alsof het gewoon was en wij praatten er nog jaren over.

Nu is het anders. Er zijn steeds meer ooievaars en ze breiden hun leefgebied uit, verder bij de IJssel vandaan. Horen ooievaars niet in het veen? Natuurlijk wel, drassig grasland geeft alles wat ze eten: vissen, amfibieën, kleine zoogdieren, ooievaars zijn rovers, in al hun pracht. Of ze hier inmiddels ook broeden betwijfel ik, de afstand naar wat we al jaren als hun normale omgeving beschouwen stelt niets voor voor zo’n grote vogel. Maar toch, vreemd blijft het, want het veen is het veen, maar bos en ooievaar passen niet bij elkaar, al zit hij soms ook daar, op stevige takken op enige hoogte, vanwaar hij flinke hoeveelheden witte uitwerpselen laat vallen, een soort dunne yoghurt. Ooievaars in een den. Ooievaars tegen de achtergrond van de hei. Ziet u dat voor u?

De pracht van het veen blijft de eenvoud. Ieder moment is het er mooi. Het geheim zit in de ruimte voor je blik en je oren en je neus. Alles ligt om je heen en het vraagt niets. De elzen zijn hun opmerkelijke brons-roze kleur al voorbij en de snottebellen zijn uitgebloeid. Ze zijn weer even van hun kleur ontdaan. Voor een kort poosje staan ze mooi te wezen tegen de lucht met de verschillende silhouetjes van hun mannelijke en vrouwelijke katjes. Als een Japanse tekening.

En wat de schoonmaak betreft: vuil vonden we in het veen niet veel, gelukkig.

Vereniging Milieuzorg Epe
milieuzorgepe@gmail.com

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden