<p>Foto: Josette Koopmans, 2020, aquarel H. Rol, 1936&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; </p>

Foto: Josette Koopmans, 2020, aquarel H. Rol, 1936        

Tussen heuvels en rivier

Tussen heuvels en rivier - Paars en oranje

Toen wij ruim dertig jaar geleden gingen wonen in Wissel bij Epe, werden we verwelkomd door de grootste bos bloemen die ik ooit gezien had. De weide naast ons nieuwe huis was letterlijk helemaal roze-paars gekleurd van de pinksterbloemen.

Dat was niet alleen onvergetelijk door het speciale van het moment, maar ook omdat het sindsdien misschien wel nooit meer zo overweldigend sprookjesachtig was. Ze waren er wel, die pinksterbloemen, soms hier, dan daar, hier wat meer, daar wat minder, maar toch. Weiden roze-paars van pinksterbloemen, die vallen op en daar blijf je niet onverschillig onder.

De afgelopen week zag ik tot mijn grote verrassing meer pinksterbloemen dan ik mij van de afgelopen jaren kan herinneren. Opeens bleek over een flink oppervlak van het weidegebied in onze dagelijkse omgeving een paars zweem gekomen. Ik durfde het eerst niet te geloven maar het was waar: pinksterbloemen!

In het vroege stadium van de ontwikkeling van de plant zit het paars in de kleur van de knoppen, die donker gekleurd zijn. Het is dan net of de portie paars die de plant tot zijn beschikking krijgt er al helemaal in zit maar nog geconcentreerd is gebleven in de knopjes. Later zal het verdeeld moeten worden onder alle uitkomende bloemen, wat weer een heel andere schoonheid geeft, in de bekende, tere versie van de kleur.

In deze tijd van het jaar is een van de heerlijkheden van de natuur de belofte die uit alles spreekt. Knoppen worden bloemen en de grote groei is nog maar amper begonnen. De meeste bomen zijn nog vrijwel kaal en zoals we in onze tuinen zien zijn de meeste planten nog niet ver boven de grond gekomen. De pinksterbloemen staan precies op de grens: op het punt van uitbarsten.

Hoewel er een ecologische crisis gaande is, is in het klein alles anders. Wat je voor je ziet, is er. Een plant in knop zal gaan bloeien en heeft, op zijn eigen manier, zijn leven voor zich.

Terug naar de pinksterbloem. Pinksterbloemen groeien waar geen kunstmest gebruikt wordt en waar geen water onttrokken werd. Ze hebben vocht nodig. Pinksterbloemen zijn behalve mooi een goed teken.

Aan een weide paars van pinksterbloemen is nog meer te beleven als we beter kijken. Een van de vroegste vlinders in het voorjaar is, samen met de citroenvlinder, het oranjetipje. Het oranjetipje heeft de pinksterbloem nodig omdat zijn rups van de plant eet. De pinksterbloem is daarmee een van de waardplanten voor deze vlinder. Een waardplant is een plant die voor insecten van betekenis is, maar zonder daar onder te lijden of zelf iets aan het insect te hebben.

Het oranjetipje houdt van meer soorten ‘kruisbloemigen’: ook bijvoorbeeld van look-zonder-look, judaspenning en damastbloem, maar op pinksterbloem en look-zonder-look overleven de meeste rupsen, dat is dus een favoriet voor de vlinder. Belangrijk is verder, dat er een houtwal of bos in de buurt is. Dat is de omgeving waar de rups, enkele weken oud, zich voortbewegend zoals een rups dat doet… een plekje zal zoeken om zich te verpoppen. Het is dan juni. Na een zomer, een herfst en een winter komt uit de pop de nieuwe vlinder tevoorschijn. Als dit stukje verschijnt, is het zover.

De familie van kruisbloemen? Dat zegt de meeste mensen niet veel, maar toch kennen we allemaal kruisbloemige planten, omdat we er veel van eten. Alle koolsoorten die wij kennen zijn kruisbloemigen, evenals onder andere raapstelen, paksoi, waterkers, rucola, koolzaad, radijs en mosterd. Veel eetbaar groen is dus lid van deze familie. Ook de pinksterbloem is eetbaar! De ronde blaadjes van de rozet en de trosjes bloemknopjes zijn het meest geschikt om gegeten te worden, bijvoorbeeld om bescheiden de sla mee te versieren. Lekker, mooi en gezond door de vitamine C.

Vereniging Milieuzorg Epe

milieuzorgepe@gmail.com

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden