Foto: Dennis Dekker
Columns

Nummerplaat

Voor veel mensen is een auto een vervoermiddel. Niets meer, niets minder. Voor sommigen is het een statusdingetje, voor enkele mannen zelfs een verkapt fallussymbool.
Ik behoor feitelijk tot geen enkele, hierboven genoemde categorie. Ik heb een oude, roestige Mexicaanse Kever uit 1983. Heel eerlijk gezegd? Dat karretje heeft met dikke piemels, met mannelijke kracht of met status maar bar weinig van doen. Toch betekent 't roomwitte wagentje enorm veel voor mij en is het daardoor ook heel veel meer dan alleen maar een simpel vervoermiddel. De auto is een deel van mijn leven, een tattoo op mijn ziel. Die gaat dus nooit meer weg.

Dat kwam zo. Toen mijn vader al vrij snel na het overlijden van mijn moeder zei dat haar autootje misschien wel verkocht zou moeten worden, ben ik daar letterlijk en figuurlijk met heel mijn ziel en zaligheid voor gaan liggen. Okay, ik was nog student en had geen cent te makken. Maar wanneer ik zou gaan werken dan wilde ik dat wagentje graag van hem kopen, zo kondigde ik resoluut aan. Voor de tussenliggende jaren zocht ik een stalling en werd de Kever geschorst. Mijn idee? Zodra mijn eerste salarisstrookje binnen zou komen, wilde ik er in gaan rijden.
Dat verliep ietwat anders. Toen ik bericht kreeg dat ik geslaagd was voor de opleiding Journalistiek, nodigde mijn vader me uit. Met veel gevoel voor symboliek nam hij me mee naar het postkantoor om de auto officieel op mijn naam te laten schrijven. Op 16 september 2000 was ik ineens eigenaar geworden van KB-67-PL. Motorisch mankeerde er weinig aan, maar de staat van het plaatwerk was slecht. Maandenlang hielp een handige vriend mij om er weer iets moois van te maken.
De bijbehorende onvoorwaardelijke liefde voor de auto heeft met merk en type overigens weinig te maken. Als mijn ouders ooit hadden besloten om een Renault 5, een oude Eend of een gammele Lada te kopen, dan was het gevoel even groot geweest. De liefde draait eigenlijk om het kenteken. En natuurlijk bovenal om de vorige eigenaresse, inderdaad.
Begin 2001 zag mijn Kever er als nieuw uit. Ik was vastberaden om er zo lang mogelijk in te rijden.
Inmiddels zijn we zo'n 17 jaar verder en is de status van het plaatwerk minstens zo slecht als in 2000. Recent heb ik besloten om KB-67-PL voor duizenden euro's te laten opknappen.
Veel autorijders snappen daar niets van. Die gaan voor status, voor fallus. Die vinden het raar waarom ik niet 'gewoon' voor ongeveer zo veel geld een andere auto met veel meer luxe en veel meer comfort aanschaf. Ik wil daar echter niets van weten. Mijn liefde draait om het kenteken. Tot de dood ons scheidt. En wanneer het écht niet meer kan, dan zet ik de Kever in de tuin. Opdat de roomwitte tattoo altijd zichtbaar blijft.

Een paar weken geleden meldde een vriendin op Facebook dat haar 'ouwe ragbak' de geest had gegeven. Deze zilvergrijze Honda was ook van haar wijlen moeder geweest. Met 'pijn in het hart' liet ze de auto voor de onderdelen achter bij een garagebedrijf. Toen ik dat las, heb ik haar toch even de tip gegeven om er snel één onderdeel vanaf te schroeven. Juist: de nummerplaat…

Dennis Dekker

Meer berichten