Foto: Dennis Dekker
Columns

Gezang 477

'Wil jij ook nog wat zeggen, Dennis?' De vraag voelde ik al dagen aankomen, maar mijn antwoord stond vast. 'Nee', zo zei ik resoluut. Ik was 20. Joh, wat wist ik nou van de wereld of van leven? Laat staan van de dood? Daarbij kón ik het ook niet, spreken op de begrafenis van mijn moeder.


'Oké, maar wat zou je dán willen? Een muziekstuk misschien?' In een 'split second' dacht ik aan Paul McCartney, Simon & Garfunkel of Cliff Richard. Want van die artiesten hield ze. Dat zou een mooie meerwaarde kunnen zijn van deze eredienst. Toch paste het, bij nader inzien niet, vond ik. Het zou té afwijkend zijn. Het zou in de kerk misschien meer kwaad dan goed doen. Toen wist ik het ineens. 'Doe maar gezang 477.' Vooral vanwege de zwierige melodie die ik al prachtig vond, toen ik als klein kind in de kerkbanken zat. Het lied zorgde in mijn optiek een heel klein beetje voor verbroedering in de kerkbanken. Zo'n gevoel waarbij je automatisch ietsjes heen en weer gaat wiegen wanneer de organist die kenmerkende melodie speelt. Daarnaast koos ik gezang 477 (tegenwoordig 675 volgens het Nieuwe Liedboek, maar dat terzijde) een beetje vanwege de troostende tekst. Niet eens zozeer voor mezelf, maar veel meer voor haar. 'Eeuwigheidsleven, zal Hij ons geven...', het was voor haar geen discussie. Zij geloofde dat. Ik was vooral kwaad en had dus minder met die woorden.


Nog altijd is 'nummer 477' mijn favoriete gezang. Als ik eens in de kerk ben en de organist zet in, dan denk ik aan haar. En ook wel een beetje aan al die twijfel die de tekst bij mijzelf veroorzaakt. Neemt niet weg dat ik steevast een warm gevoel krijg wanneer ik deze compositie van Giovanni Gastoldi hoor. Toen mijn opa (de vader van mijn moeder) in 2006 overleed, droeg ik het gezang dus ook zeer bewust aan. In zijn strengere geloofsgemeenschap waar tijdens uitvaartdiensten enkel psalmen (in hele noten, dus lekker traag) gezongen werden, waren gezangen eigenlijk 'not done'. Bij de gratie Gods (een uitdrukking die aardig past bij mijn gevoel) kreeg het uiteindelijk tóch een plek in zijn afscheidsdienst. Ietwat weggemoffeld, dat wel. Lees: ver na de zegen, het uitleidende orgelspel was nog net niet begonnen. Maar goed, het gaf wederom een warm gevoel. Afgelopen vrijdag klonk het gezang weer. Tijdens de herdenkingsdienst van de overleden vader van een vriend. Snikkend bedacht ik dat hij (die in '95 ook in de kerk zat), nu in dezelfde positie verkeerde, als ik toen. Ik hoopte oprecht dat hij dat warme gevoel ook voelde.


Toen gebeurde er iets onverwachts in deze dienst. Voor het eerst in alle kerkbezoeken in mijn leven (nee, dat zijn er echt niet veel, de devote kerkgangers hadden dit natuurlijk allang uitgevogeld), wist de dominee mij eindelijk een logische uitleg van de term 'eeuwig leven' te geven. Mijn korte interpretatie van zijn overweging? 'Als je tijdens je leven vooral ook dingen voor anderen doet, dan doe je goed. Dat wordt gewaardeerd en zo heb je het eeuwige leven al bereikt voordat je dood gaat.' Ja, natuurlijk! Dát ging over de vader van mijn vriend. Zo stond hij in het leven. Altijd dienstbaar naar anderen, altijd zichzelf wegcijferen. En zonder haar na al die jaren te willen idealiseren; één ding weet ik zeker: zo stond mijn moeder óók in het leven. Logisch dus dat die tekst van gezang 477 voor haar nooit ter discussie stond. Zij begreep namelijk al wel wat het échte eeuwige leven inhield.

Dennis Dekker

Meer berichten

Shopbox