Foto:
Columns

De Enkweg: mijn straat

'De zon schijnt op de krant die neerploft, met een dof, onheilspellend geluid…'

Zo maar een prachtige zin die me onlangs te binnen schoot. Het is een tekstregel die wijlen Thé Lau schreef voor de band The Scene. Die rockgroep en deze charismatische frontman hebben jarenlang enorm veel voor me bekend. Als ik eerlijk ben: nog steeds. Want de tekstschrijver kan wel dood zijn, z'n woorden blijven leven.

De bovenstaande regels verhalen op mysterieuze wijze over de plek waar hij woonde. Het nummer heet Mijn Straat. Ik zoek de cd op en luister naar deze broeierige, hijgende uptempo song.

Ik denk aan het moment wanneer ik dit album kocht. Een herinnering die binnen secondes kraakhelder boven komt drijven. Talloze keren per maand was ik te vinden in de cd-winkel genaamd Kenta. Ook deze zaterdagmiddag in oktober, het jaar 1993. Direct nadat ik mijn weekendbaantje bij de supermarkt had afgerond, moest het verdiende geld uitgegeven worden. Aan muziek. Mijn vader zou zeggen: 'het geld brandt hem in de broekzak'. In mijn optiek kon het niet anders. Als je favoriete band een nieuw album heeft gemaakt, dan wil je dat meteen hebben. De rest van het weekend sloot ik mij als 18-jarige fan op in mijn slaapkamer. Om de kersverse nummers gulzig, gretig en begerig te verorberen.

'Rauw! Puur! Zo ruikt mijn straat, de straat waar ik woon'

Mijn Straat deed wat met me. Al bij de eerste keer beluisteren gingen gedachtes automatisch terug naar de straat waar ik in mijn vroege jeugd woonde. De straat in die geweldige volkswijk, gebouwd in de jaren vijftig en zestig. Hoek Enkweg/Wingerdstraat, daar gebeurde het voor mij.

Die straat, mijn straat, was een groot deel van mijn leven. Het rook er inderdaad rauw en puur. Daar stopte de groenteman op zaterdagochtend met zijn vrachtwagentje. Dieseldampen werden vermengd met zoetig riekend vers fruit. Onbezonnen croste ik de wijk door op mijn BMX 2000. Smalle paadjes slingerden tussen de woningblokken door en verbonden de haakse straatjes van de Enkweg met elkaar. Hier deed je verstoppertje, hier slenterde je rond, hier zorgde jouw eigen fantasie over wat er zich achter al die houten schuttingen afspeelde, voor de meest fantastische verhalen. Dit waren de jaren van optimaal geluk.
Anno 2019 lukt het Thé Lau nog steeds om mijn eigen ervaringen te activeren, die ik vervolgens als blauwdruk over zijn teksten leg. Aan alle nummers op dit album (Avenue de la Scene) kleeft wel een aandenken. Bijvoorbeeld bij dat prachtige slotstuk waar ware vriendschap kwetsbaar en intens wordt bezongen. Of bij die opener over verlies met de zin 'het was mooi, maar nu is het verleden', die me nog altijd tot tranen toe beroeren kan.

En dan is daar nummer 5: Mijn Straat. Diverse kleurrijke geluksballonnetjes met herinneringen drijven langs in m'n brein. Pijltjes schieten. Meccano-bouwwerken maken met mijn vriend Erik. Yoki Drink. Timotei. Stoepranden met mijn andere vriend Murat. Een wit broodje met rozenbotteljam, gesmeerd door mijn moeder. De krakende trap naar onze zolderkamer. De krant van mijn ouders die iedere middag neerplofte in de gang.

Nogmaals: Thé Lau kan wel dood zijn, voor mij blijven z'n teksten voor altijd leven.

Dennis Dekker

Dennis Dekker
Meer berichten