Foto:
Columns

Hulde aan Hollandse koe

Ging laatst met twee dames van het wat vollere type uit wandelen. Een van 't Rubens type en 'n Melkmeisje van Vermeer. De een in stijlvol zwart en de ander in wulps rood. De zwarte heeft Fries bloed en de rooie komt van tussen de grote rivieren. De ene is nogal koppig en de andere loeit met een zachte L en kauwt met een zachte bite.                

Hun welgevormde roze boezems schudden onophoudelijk heen en weer en lijken hun handelsmerk. Beide getooid met opzichtig gele oorbellen. Naam en leeftijd wilden ze niet geven, maar ik heb wel hun nummer mogen noteren.

Blijkt de ene Hermien van de IJsselhoeve te heten, een beetje kouwe kak dus en de andere gewoon de incontinente Bertha vier. Doorgegroeide teennagels zonder een kleurtje. Van enig opsmuk was geen sprake. Puur Hollands, met de geur van vers gemaaid gras en een vleug koeienvlaai. Prachtige donkere kijkers met jaloersmakend lange wimpers, met daarboven een grappig toefje haar. Samen loeiden ze wat af en ik kon er zoals gewoonlijk geen woord tussen krijgen. Minder aangenaam was dat de dames ongegeneerd hun behoefte op het pad achterlieten, hetgeen tot vliegenoverlast leidde, die ze weer handig met die soepele kwast aan de achterkant weg mepten.        

Een andere nare en onsmakelijke gewoonte vond ik het voortdurend met hun tong in hun neus peuteren. Gevoelig zijn ze wel en gek op klassieke muziek. Ze worden helemaal zen van Verdi's 'La Traviata' of Mozart's 'Eine Kleine Nachtmusik'. Ook Daniël Lohues met 'Een prachtig mooie dag', doet de dames tevreden snuiven.

Het zijn mijn heldinnen en de toppers van Friesland-Campina en Arla foods. Ze hebben samen al meer dan 150.000 liter puur biologische volle weidemelk afgestaan. Vrijwillig en zonder daarover te mekkeren, hetgeen zij ook niet kunnen. Generaties zijn groot geworden met hun 'witte motor'. Uit eten gaan met hen is ronduit saai, daar de dames streng vegetarisch zijn, staand willen eten en er daarna steevast bij gaan liggen. En dan maar opboeren, herkauwen en onderwijl ouwe koeien uit de sloot halen.

Waar ze al dat eten laten is mij een raadsel, al scheelt het dat de dames samen over wel acht magen beschikken en evenzovele tepels. Je zult maar boer zijn en daar elke dag aan mogen komen. Ik waag mij er niet aan, want je kunt maar zo een karatetrap krijgen, daar de dames op dat vlak nogal gevoelig zijn en voor hetzelfde geld roepen ze de bolle erbij. En met een bolle in je rug wil je hollen en wel heel vlug. Voor mij mogen deze kanjers genieten van een welverdiende ouwe koeiendag en blijft de slager nog lang uit hun buurt. Mocht het toch zover komen, dan hebben ze beloofd, dat ze aan mij hun fijnste en meest malse lichaamsdelen willen afstaan, omdat ik altijd zo'n zwak voor hen heb gehad. Wat ben ik blij dat ik geen vegetariër ben. Een tongzoen waard, of toch maar niet. Thuis heb ik 'n servies met deze dames er op. IJsselschilder Jan Voerman was al gek met ze en ook Wiebe van der Zee, Rob Nijkamp, Marjan Loman en natuurlijk Paulus Potter. Voel me in goed gezelschap.

Voor de oer-Hollandse koe geen boegeroep, louter bewondering. In koeienletters schrijf ik mijn ode aan deze prachtige dames waar we vaak zo achteloos aan voorbij gaan, terwijl zij ons voorzien van koetjesrepen, vlees, leer, melk, boter, kaas en eieren. Huh?

Gerard Libert

Joop de Haan
Meer berichten