Proosten met Jacobakannen, zeker in de Middeleeuwen droegen deze drinkkruikjes veelvuldig bij aan ontspanning en vermaak. (foto: Voerman Museum Hattem)
Proosten met Jacobakannen, zeker in de Middeleeuwen droegen deze drinkkruikjes veelvuldig bij aan ontspanning en vermaak. (foto: Voerman Museum Hattem) (Foto: Voerman Museum Hattem)
Kunst & Cultuur

Slotgracht Teylingen vol met Jacobakannen

Hattem - Opgravingen in Hattem hebben door de jaren heen een bonte schat aan oude voorwerpen opgeleverd. In de archeologiekelder van het Voerman Museum Hattem zijn daar fraaie voorbeelden van te vinden. Zoals de collectie van 'Jacobakannen'.

Dat er Jacobakannen in de Hattemse bodem zijn gevonden, hoeft geen verbazing te wekken, want ze werden sinds de late middeleeuwen zeer veel gebruikt. De kannen werden vanaf ongeveer 1350 massaal vervaardigd in het Duitse Siegburg. Daar verlieten ze aan de lopende band de pottenbakkersschijven. De kannen behoren tot de soort aardewerk dat 'Rijnlands Steengoed' wordt genoemd.

Bij opgravingen zijn fragmenten en zelfs compleet ongeschonden exemplaren gevonden. Bij de berging van scheepswrakken uit de veertiende en vijftiende eeuw kwamen de drinkkannen eveneens boven water. Het zegt veel over hoe wijd verbreid de kruikjes aftrek vonden.

Voor de naamgeving van de 'Jacobakan' moeten we terug naar de zeventiende eeuw, toen de slotgracht van Slot Teylingen in Voorhout werd uitgebaggerd en daarbij een flink aantal drinkkannen van de bodem werd gelicht. Het is dit slot waar Jacoba van Beieren (1401-1436) de laatste jaren van haar leven doorgebracht en zo kwam het dat de kannetjes die werden gevonden, naar haar werden genoemd.

Jacoba van Beieren was gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen. Ze trouwde in 1432 met Frank van Borsele en deed toen afstand van haar titel als gravin. Als tegemoetkoming hiervoor kreeg ze een aantal gebieden in leen die haar van inkomsten voorzagen. Slot Teylingen viel daar ook onder.

Jacoba werd in 1436 echter ziek en overleed op slot Teylingen aan tuberculose. Het verhaal wil nu dat Jacoba tijdens haar jaren in het kasteel zich behoorlijk verveelde en zelf deze kannetjes draaide. Die gooide ze dan vanuit het raam in de slotgracht en dat zou verklaren waarom er bij het baggerwerk in de zeventiende eeuw zoveel werden gevonden.

Frank Kuijpers
Meer berichten