Foto: Dennis Dekker
Columns

Boom

De trappers piepen, de roestige ketting knarst. De slingerende bospaadjes flitsen onder me door. Ik draai naast het rechter handvat aan de 'shifter' en schakel de versnelling nog eens op. Mijn hartslag ratelt als een bezetene en 't bonkt in de keel.

Het is begin jaren negentig. Samen met mijn vier vrienden E, H, EJ en N, ben ik hier vaak. Vooral in de zomerperiode, want deze paadjes langs de sprengen en beekjes in het Eper bos, leiden naar het Heerderstrand. En da's eerlijk gezegd toch de plek waar je als groep jonge (bronstige) boys wilt zijn. Daarbij komt: een duik is natuurlijk extra verfrissend na zo'n intensieve slingertochtje door het bos. In de zoveelste bocht schreeuw ik naar eeuwige koploper EJ met zijn bikkelharde kuitenpartij: 'tjonge, dat ging een paar jaren geleden wel wat gemakkelijker. Toen scheurden we nog met onze brommers over deze paadjes.' Het gezelschap lacht. Zweet parelt van mijn voorhoofd. Ik kan alleen maar denken aan de beloning die er wacht op het Heerderstrand: een koude slok van het vocht dat klotst in mijn bidonhouder. Dit keer is het geen water. We hebben de plastic flessen vervangen voor Grolschbeugels...

Volleybal

Deze vrienden ken ik niet van het mountainbiken. De club van vijf is ontstaan bij een andere sport: volleybal. Om voor mezelf te spreken: al vanaf de eerste seconde dat ik in de zaal stond. Als 'rookie' zonder enige volleybalervaring werd ik meteen door vriend H geadopteerd. Hij sprak de legendarische woorden: 'Zullen wij inspelen?'. Dit was voor mij het startschot van een hechte verbondenheid. Deze heren boden mij sindsdien een warm bad gevuld met onvoorwaardelijke vriendschap. In goede en in slechte tijden. Ook naast de trainingen en wedstrijden trokken we veel met elkaar op. We dronken onze eerste pilsjes samen, we kochten allemaal een brommer, we kregen bijna tegelijkertijd ons eerste vriendinnetje. Kortom: we maakten samen vele mooie herinneringen.
Het is ruim 25 jaar later. Ter voorbereiding op een fietsavontuur in Kenia, zit ik weer vaak op de mountainbike. De Eper slingerpaadjes flitsen dus ook regelmatig onder de dikke banden door. Het tweedehands barrel dat ik ooit samen met vriend N aangeschaft heb, is vervangen voor een nieuwe. Trappers piepen niet meer, de ketting is niet roestig, maar het hart bonkt nog altijd in de keel en zweet parelt nog immer van het voorhoofd. Mijn huidige trainingsmaatjes vertel ik dat dit parcours echt veel gemakkelijker gaat op een rode Puch Maxi. Ik denk daardoor terug aan de vele avonturen die ik samen met mijn vier volleybalmaten beleefd heb. Ik zie hen niet zo vaak meer als voorheen, maar je zou kunnen zeggen dat het zaadje van onze jeugdige vriendschap nog altijd bloeit. Sterker; het is gegroeid tot een stevige vriendschapsboom. Ineens schiet er een tekstflard van een Nederlands punkliedje door mij hoofd: "Ik moet zorgen dat ik leef. En mezelf de ruimte geef, om te groeien als een boom. Langzaamaan als in een droom..." Exact. Zo is het. Groeien. Net zoals die bomen in dit Eper sprengenbos ook gegroeid zijn. Ik kijk er naar en zie de talloze takken van herinneringen aan en dromen over E, H, EJ en N.

Dennis Dekker

Dennis Dekker
Meer berichten