Foto: Dennis Dekker
Columns

Koffie

Dit stukje begint met een goeie bak koffie. Zoals meer van mijn stukjes trouwens, want ik drink dit zwarte goud al heel wat jaartjes. Hoe lang precies? Nou, daar had ik afgelopen donderdag toen ik het Oener Koefeest bezocht, ineens een vrij accuraat antwoord op. Ik drink exact 33 jaar koffie, bedacht ik. Toen ik als 11-jarig jochie samen met mijn ouders op ditzelfde dorpsfestijn rondliep, werden we rond het middaguur uitgenodigd bij de ouders van mijn oom. Ik wilde eerlijk gezegd niet mee. Ik had veel meer interesse in dat vee en in die talloze tractors. Maar mijn ouders (allebei ooit woonachtig in het dorp Oene) waren hier vooral voor de gezelligheid. En daar hoort een spontaan bakkie koffie nu eenmaal bij. Zij werden uitgenodigd en ik moest mee. Punt.

In het kleine keukentje was 't gezellig druk. Men at een oliebol, men vertelde verhalen die stuk voor stuk met het Oener Koefeest te maken hadden, men had het over die giga gezelligheid in 'de tent', de avond ervoor. Eerlijk gezegd luisterde ik maar half. In gedachten was ik mijn zakgeld aan het uitgeven. Want dát was mijn doel tijdens het Oener Koefeest. Totdat de moeder van mijn oom mij aansprak: 'Muj ok 'n bak koffie?' Ik dacht even na. Dit was mij nog nooit in mijn leven gevraagd. Meestal bleef het bij ranja, bij appelsap of bij water. En in een uitzonderlijk geval priklimonade. Zou dit een moment zijn van volwassen worden? Dat je net als ouderen ook drankjes zoals koffie kon drinken? Ik sprong in het diepe en meldde enigszins nerveus: 'Ja, graag.'

De moeder van mijn oom greep naar de kan en schonk mijn eerste bak koffie ooit in. Ze pakte het klassieke, crèmekleurige kop en schotel-setje en zette dit op het aanrecht. Ze vroeg: 'Suuker en melk d'r bie in?' Ik keek op het gasfornuis en zag een steelpannetje staan met daarin een laagje pruttelende melk. Op die warme melk dreef een vel. Ik besloot een gokje te wagen: 'Nee, bedankt. Ik drink het net zo als mijn ouders.' Ze keek me ietwat verrast aan en schoof de dampende bak naar mij toe. Geen melk, geen suiker, maar 'zo goedkoop meugeluk', lachte ze. Toen ik mijn eerste kopje koffie ooit naar m'n neus bracht, rook ik een intense geur. Een geur die feitelijk misschien wel lekkerder was dan de drank zelf. Toch dronk ik de sterke bak zwarte koffie zonder problemen op. Ik genoot direct van de bittere, ietwat zure smaak en van de rush die de cafeïne me gaf. Ik ben die dag koffiedrinker geworden.
De geur hangt sindsdien vrijwel dagelijks onder mijn neus. Er zijn jaren geweest dat ik veel te veel koffie dronk. Maar inmiddels zoek ik het meer in de kwaliteit dan in de kwantiteit. Dit maakt dat ik nog altijd enorm kan genieten van een goeie verse kop. Een bakkie pleur bij een zakelijke meeting? Graag. Een beker leut gedurende een kletsgesprekje? Heerlijk. En ja, tijdens het tikken van mijn stukjes wordt er eveneens veelvuldig gedronken. Nu ook. Nu ik terugdenk aan het Oener Koefeest van 33 jaar geleden.

Ik zet onze volautomatische koffiemachine aan. Hij warmt op. Hij spoelt schoon. Hij is gereed. Ik plaats een kopje en mijn vinger gaat naar het versleten knopje waarop eerst een icoontje van een espressokopje zichtbaar was. Ik druk het in.

Dit stukje eindigt met een goeie bak koffie.

Dennis Dekker

Dennis Dekker
Meer berichten