Het wedstrijdskutsje Dokkum hier in volle glorie, lag in 1929 een jaar lang in het Apeldoorns kanaal.
Het wedstrijdskutsje Dokkum hier in volle glorie, lag in 1929 een jaar lang in het Apeldoorns kanaal. (Foto: Skydrone Sleat )

Skûtsje Dokkum voer naar Hoorn

Hoorn - Het zal er wel niet van komen maar de nazaten van Kornelis en Ytsje van der Werf hadden graag met de 'Eben Haëzer' de tocht van hun voorvader in 1929 naar Hoorn herhaald. Tientallen jaren was de boot spoorloos, drie jaar geleden werd ontdekt dat het officiële wedstrijdskûtsje van de stad Dokkum de boot is die in Hoorn een jaar lang slaapgelegenheid bood aan twintig arbeiders.

(door Jan Nitrauw)

In het nummer van 17 juni publiceerde het Veluws Nieuws een verhaal onder de kop 'Lof voor de moeder van alle stakers' een verhaal over een staking in 1929 bij de verbreding van het Apeldoorns kanaal. Dat werd gelezen door Alle Ydsma, uit Heerde in het bezit van het familieboek 'Het verloren gewaande skûtsje 'Eben Haëzer'. Op de opslag van het boek prijkt een foto van het schip met het gezin van de Werf, gemaakt in Hoorn. 

Via Alle kwam het contact tot stand met Sytse van der Werf, kleinzoon van de man die tussen Hoorn en de Suikerbrug in Wapenveld een jaar lang stuurman was op een baggelbak waarmee de bagger uit het kanaal werd afgevoerd. Sjoerd beschikt over het dagboek van zijn vader over de reis naar Hoorn.

"Toen we bijna bij Wapenveld waren, stond er een grote menigte stakers op ons te wachten. Hoe ze wisten waar heit voor kwam, begrijp ik nog niet maar ze wisten het wel. Ze wisten ook dat we werknemers uit Friesland aan boord hadden maar die lieten zich wijselijk niet zien. Heit werd bijna met de dood bedreigd als we niet rechtsomkeert maakten. De stakers vertrokken langzaam omdat er politie bij de Suikerbrug stond en daar hadden ze destijds nog respect voor", zo meldt het dagboek. 

Schipper Kornelis van der Werf kreeg in 1929 de vraag om een jaar lang stuurman te worden op een 'baggelbak' waarmee de bagger afgevoerd werd. Het ruim van zijn eigen schip Eben Haëzer – 19 meter lang, 3,66 meter breed en 46 ton – werd gebruikt als slaapplaats voor een 20 arbeiders. Kornelis en zijn vrouw Ytsje voelden hier wel voor. Ze hadden dan een jaar vast werk, de kinderen konden aan boord blijven en naar school gaan. Maar onderweg naar Wapenveld, bleek dat het om 'besmet' werk ging. Bij de Suikerbrug werden ze opgewacht door een groep stakers maar die werden door de politie op afstand gehouden en Kornelis kon naar zijn ligplaats bij Hoorn varen. 

Zijn vrouw Ytsje kreeg daar een stookhut waar ze elke dag eten voor vijf arbeiders klaar maakte. De kinderen vonden dat verblijf in Heerde prachtig, ze waren bij hun ouders, gingen wandelen langs kasteel Vosbergen en leerden zwemmen. Wel moesten ze twee kilometer lopen naar de school in Heerde en werden ze bij een ruzie nog wel eens uitgescholden voor 'onderkruipers'.

Het vervolg van het schip is een boeiend verhaal. De schipper werd ziek en het was ook gedaan met de binnenvaart. Het skutsje werd verkocht en verdween uit beeld, algemeen werd aangenomen dat de boot niet meer bestond. Tot 2017. Toen werd bekend dat het officiële wedstrijdskutsje 'Sted Dockum' de verloren gewaande Eben Haëzer was! Het bleek jarenlang als woonboot in Haarlem gelegen te hebben tot het in 1992 werd gerestaureerd. Men ging er tot dan toe vanuit dat het in Franeker was gebouwd. 

Maar tot trots van alles wat Dokkum is, bleek hun wedstrijdskutsje toch in Dokkum gebouwd te zijn. In juni 2017 kreeg het schip ook de naam 'Eben Haëzer' terug en in 2018 werd het schip aangekocht door de Stichting Skutsje Sted Dockum. En ja, bij een bevaarbaar kanaal had het ooit weer een historische tocht naar Hoorn kunnen maken.........

Meer berichten