Columns

Column: De afsprong (2)

  Column
column
column (Foto: Persgroep)

Het is ruim drie maanden na mijn fatale afsprong. Ik ben ongeduldig. Ik wil weg uit behandelkamertjes, weg uit die fysio-fitnessruimte. De knie is nog steeds niet 100 procent. Dat merk ik aan alles. Maar wát als ik weer een rondje zou gaan rennen? Ik stop gewoon wanneer het niet meer gaat. Zoveel kan er niet misgaan. Toch?

Deze middag is ijs en sneeuw na weken praktisch verdwenen voor de zon. De temperatuur is goed, mijn gemoed nog veel beter. Ik trek de deur achter me dicht. Weifelend start ik met een looppas. Hup, naar het eind van de prachtstraat waarin ik woon. De topsnelheid staakt bij een stram drafje van nog geen 8 kilometer per uur. In mijn knie kraakt het. De passen tegen het asfalt worden met beukende klappen opgevangen. Het doet pijn. Maar ik ga door. Ik moet. Dat heet verslaving, hardloopverslaving. Brinklaan wordt Diepenweg wordt Oenerweg. Ik ben vastberaden om dit tot een goed einde te brengen. Al kun je je ook afvragen wat 'goed' dan precies inhoudt. Angst bonst in mijn hoofd.

Na een kilometertje is de knie nog niet bezweken. Wel parelen de eerste zweetdruppeltjes over mijn voorhoofd. De conditie is nul, dát is wel duidelijk. Maar aan die verrekte knie zal het niet liggen dat ik dit rondje wandelend voortzet. Ik passeer m'n ouderlijk huis. Mijn vader leest de krant. Ik wuif, maar al wat hij ziet, staat geschreven op papier. Ik verruil de drukke Oenerweg voor de kronkelige Dijkhuizerweg die naar het landelijke buurtschap Dijkhuizen leidt. Huizen verminderen, ruimte wordt meer. Een auto passeert. Er klinkt een claxon. Ik zwaai, kijk nog eens goed en zie dan dat een goede vriendin vrolijk terugzwaait. Huh? Ik dacht dat zij een heel andere auto had? Ik schrik van de natte berm. De knie! Voorzichtig! Focus! Secondes later eist de rustieke omgeving z'n terechte aandacht weer op. Weilanden links, bospartijen rechts. De geur van buitenlucht. Wát een rijkdom. Na 2 kilometer kan ik niet meer. Ik kreun, ik steun. Aan de kapotte knie denk ik niet. Als ademhaling genormaliseerd is, zet ik de roestige tred weer in. Ik tuur naar de plek waar je overheerlijke honingsoorten kunt halen. Vervolgens gaat mijn hoofd naar links. Och, is dat boerderijtje verkocht? Tja, 't ís natuurlijk ook een mooie stekkie, hier.

Honderd meter verder, waar deze weg de A50 bijna raakt, krult de bocht ineens rebels terug naar het Eper centrum. Het asfalt wordt een zandpad. De Dijkhuizerweg dus ook Dijkhuizerzandweg. Sommige dingen zijn nu eenmaal logisch in het leven.

Mijn drafje transformeert weer tot wandeling. Zo zie je maar hoe gemakkelijk die karige conditie in één klap weggevaagd is. Ik lach om het woord 'klap' en denk aan de klap die ik in mezelf voelde, toen ik mijn knie verdraaide. Ach, als je ziet waar ik vandaan kom, is drie maanden rust en revalidatie misschien helemaal zo gek nog niet.

Gemotiveerd verhoog ik het tempo. De zandweg stuit abrupt op de Brinkgreverweg. Die wordt snel opgevolgd door de Slathstraat. Ik zie de kerktoren. Als soort van veilige haven, eindpunt. Toch moet ik nog zeker een halve kilometer tot aan m'n eigen voordeur. En wát als ik voordien val? Dan ben ik veel verder van huis...

Meer berichten